Henri, hoe ben jij in de wereld van e-mobility terechtgekomen?

Dan moeten we even terug in de tijd.

Het was 2018. Ik zat in de auto toen ik werd gebeld door Melvin Venema. Melvin werkte samen met zijn vader Hans aan een laadsysteem op het trolleynetwerk in Arnhem dat er toen al stond. Voor mij was dat op dat moment echt een ver van mijn bed show.

Ik was toen vooral bezig met beton, asfalt en civiele projecten. En ja, ik was ook gewoon een echte petrolhead. Elektrisch rijden? Dat voelde toen nog niet als mijn wereld.

Toch dacht ik meteen: dit is interessant.

Dat moment bleek achteraf een kantelpunt.

Van civiele techniek naar iets totaal nieuws

In de jaren daarvoor had ik al veel mooie projecten mogen doen. Na mijn opleiding civiele techniek kwam ik vrij snel terecht in de wereld van aanleg en onderhoud. Woonwijken, snelwegen, spoor en grote infraprojecten: ik heb er behoorlijk wat van gezien.

Ik werkte onder andere aan projecten rond de Betuweroute en reed in die periode eindeloos over de A15. Van Elst naar Rotterdam, vaak in mijn Opel Corsa. Dat soort ritten vergeet je niet snel.

Wat ik ook mooi vind om te benoemen: sommige samenwerkingen uit die tijd lopen nog steeds door. Met Sjoerd Kellen werk ik bijvoorbeeld al 26 jaar samen. Hij hielp me toen al, en doet dat nu nog steeds.

Dat zegt voor mij veel.

Van 2000 tot 2018 draaide mijn werk dus vooral om beton, asfalt en infrastructuur zoals we die al jaren kennen.

En toen kwam ineens e-mobility voorbij.

Eerst snapte ik er eerlijk gezegd weinig van

Nadat ik zelf met Melvin naar Oosterbeek was geweest en hij me uitlegde wat ze daar hadden gedaan, dacht ik: hier wil ik zelf ook iets mee.

Alleen was er één probleem: ik wist er inhoudelijk nog bijna niets van.

Ik wist op dat moment niet eens goed wat het verschil was tussen wisselstroom en gelijkspanning. Maar ergens voelde ik: als dit de kant is waar mobiliteit naartoe beweegt, dan wil ik dat begrijpen.

Dus ben ik erin gedoken.

Samen met Melvin en zijn familie zijn we aan de slag gegaan. Als ik nu terugkijk op onze eerste ideeën, dan moet ik daar wel om lachen. Als je die eerste plannen of brochures nu terugziet, denk je echt: die gasten zijn compleet gek geworden.

En eerlijk is eerlijk: sommige dingen waren ook gewoon nog niet goed.

Maar daar begint pionieren vaak wel.

De periode waarin alles nog open lag

Al snel kwamen we in een periode terecht waarin er van alles gebeurde. Autofabrikanten brachten hun eerste serieuze elektrische modellen op de markt en je zag meteen waar het wrikte.

Ik weet nog goed dat de Jaguar I-PACE uitkwam. Mooie auto, indrukwekkend ding voor die tijd. Maar die had dus een eenfase boordlader. Ondertussen had Audi net een groot deel van de driefase boordladers opgekocht.

Typisch voorbeeld van een markt in beweging.

Dus daar stond je dan met een auto van rond de ton, die thuis rustig twintig uur stond te laden. Achteraf is dat bijna komisch, maar op dat moment liet het vooral zien hoeveel er nog niet klopte.

Melvin zei toen eigenlijk heel simpel: dan doen we het toch met gelijkspanning, en dan sneller.

Dat was precies de energie van die tijd.

Niet wachten tot iemand anders het oplost, maar gewoon kijken of het anders kan.

De mensen maken deze sector

In die periode reden we ook naar Breda en kwamen we in gesprek met Menno Kardolus. Ook iemand die er vroeg bij was en inhoudelijk echt veel bracht.

Wat ik mooi vind: met Menno werk ik nog steeds samen. Al meer dan acht jaar. En in deze sector is dat gewoon lang.

Het was ook de periode waarin ik Jeroen Herremans van Connectr leerde kennen en voor het eerst echt in aanraking kwam met het Cleantech Park. Dat opende voor mij weer een heel andere kant van deze wereld. Niet alleen techniek, maar ook samenwerking, innovatie en de omgeving waarin nieuwe ideeën kunnen groeien.

Dat is misschien ook wel wat mijn route in e-mobility typeert: technologie is belangrijk, maar uiteindelijk draait het ook gewoon om mensen met wie je iets opbouwt.

Met Melvin, Hans, Rick en de rest van het team heb ik in die jaren ontzettend veel projecten mogen doen. Te veel om hier allemaal op te noemen.

Maar ik heb in die periode misschien wel het meeste geleerd van mijn hele loopbaan.

Omdat alles nog nieuw was. Omdat niets vanzelfsprekend was. En omdat je gedwongen werd om echt te begrijpen wat je aan het doen was.

Een project dat me altijd bijblijft

Trolleynetwerk Venema Emobility Charge Systems DClaadinfrastructuur

Als ik één project moet noemen dat me echt is bijgebleven, dan is het een project dat eigenlijk weer terugleidt naar het begin: het trolleynetwerk.

Samen met Hans Aldenkamp, Henry Lootens en Team Venema hebben we toen gewerkt aan een laadsysteem dat je op dat moment nergens in Europa tegenkwam.

Het idee was simpel, maar technisch heel relevant: een trolleybus onderweg bijladen, zodat die daarna zonder bovenleiding zijn eindbestemming kon halen.

Voor mij zat daar alles in.

Infra, energie, systeemdenken, praktijk en innovatie.

Geen mooie praatjes, maar gewoon iets bouwen dat werkt.

Dat soort projecten geven mij nog steeds energie.

Waarom ik toch verder wilde

En toch begon het na verloop van tijd weer te kriebelen.

Niet omdat het werk niet goed was. Integendeel. Maar ik voelde dat ik verder wilde. Ik wilde meer impact maken, op een bredere schaal. Niet alleen mooie projecten doen, maar ook helpen om de sector als geheel slimmer en sterker te maken.

Daaruit is uiteindelijk samen met George Harpa Green Fellows ontstaan.

Dat voelde als een logische volgende stap.

Green Fellows gaf me een nieuw perspectief

Via het netwerk dat ik in de jaren daarvoor had opgebouwd, ontstonden ook weer nieuwe samenwerkingen. Een belangrijke daarin was die met Lennard Nellestein.

Dat was voor mij opnieuw verfrissend.

Samen met Lennard mocht ik werken aan iets dat hij een ecosysteem noemde. Ik zal eerlijk zijn: ik kwam als jongen uit Apeldoorn uit de infra en had dat woord op dat moment niet eens echt in mijn systeem zitten.

Maar precies dat maakte het interessant.

Door dat soort gesprekken en projecten ben ik de sector veel beter gaan begrijpen. Niet alleen technisch, maar ook strategisch. Hoe hangen marktpartijen samen? Waarom lukt opschalen soms wel en soms niet? Waar zit de echte bottleneck?

En misschien nog belangrijker: ik ben gaan zien hoeveel er nog niet af is.

We zijn er gewoon nog niet.

Waarom dit werk me nog steeds pakt

Henri Overbeek van Green Fellows geeft een presentatie over DC-laadinfrastructuur voor zware voertuigen, staand voor een scherm met visuele uitleg.
Uitleg over laadinfrastructuur voor elektrische vrachtvoertuigen tijdens een kennissessie van Green Fellows.

En nu?

Nu werk ik dagelijks aan laadoplossingen voor vrachtwagens, bouwmachines en batterijsystemen. En ja, dan kun je denken: Henri, jij hebt gewerkt aan de Betuweroute, de HSL, snelwegen en zware infra. Waarom dan nu laadpleinen, vermogensvraagstukken en laadsystemen?

Het antwoord is eigenlijk heel simpel.

Omdat die eerdere projecten plaatsvonden in een volwassen markt. Een brug bouwen doen we al heel lang. Een weg aanleggen ook. Daar zit nog steeds vakmanschap in, maar de basis staat. Daar kun je op terugvallen. Daar zijn systemen, normen en routines voor.

Bij elektrisch laden is dat anders.

Deze markt is nog volop in ontwikkeling. Veel moet nog worden uitgevonden, aangescherpt of gewoon beter georganiseerd. Een laadoplossing die vijftig jaar probleemloos blijft staan, kennen we nog niet. Die praktijk bouwen we nu pas op.

En precies dát maakt het voor mij zo interessant.

Omdat het nog niet af is.

Omdat er nog keuzes te maken zijn.

Omdat je nog echt verschil kunt maken.

Vergelijkbare berichten